Struweel met vogelgekweel

De struiken leveren veel voedsel, nestel- en schuilgelegenheid op. In het broedseizoen profiteert een hele schare kleine zangvogels ervan, zoals ringmus, bosrietzanger, grasmus, groenling, kneu, winterkoning en misschien (op den duur) zelfs wel de geelgors. In de trektijd en in de winter komen daar nog soorten bij als lijsters, putters en gorzen.

Behoud openheid

Binnen het project benaderen we agrariërs, gemeenten en terreinbeherende organisaties om struiken te planten. Het aanplanten moet weloverwogen gebeuren. Het moet passen in het landschap (behoud van de openheid) en qua soortkeuze kenmerkend zijn voor het gebied. Ook mag de (agrarische) bedrijfsvoering en de verkeersveiligheid niet belemmerd worden. In de meeste gevallen zullen maar een of enkele struiken geplant kunnen worden op een locatie.

We gaan agrariërs vragen om locaties ter beschikking te stellen. De agrariërs bepalen zelf waar zij struweel willen planten. Ook kiezen zij de soorten die zij willen planten. Wierde & Dijk geeft adviezen aan de hand van een soortenlijst. Het planten doet men zelf, maar desgewenst kan Wierde & Dijk daarvoor zorgen. Onze vereniging zal ook stokken en overige benodigdheden aanleveren.

Naast agrariërs en landschapsbeheerders worden gemeenten benaderd, want ook langs openbare wegen is veel verdwenen.