Kaantjes en Raandjes - slootbeheer
Meerjarig onderzoek
Met medewerking van drie ervaren vrijwilligers is Jan van 't Hoff in 2007 begonnen met een meerjarig onderzoek naar het effect van de frequentie en wijze van schonen van sloten met oud riet op de natuurwaarden. Dat effect is nu nog niet voldoende duidelijk. Sommige sloten met oud riet worden nooit geschoond, andere sloten met oud riet eens per vier jaar. Het is van groot belang voor een juiste advisering van agrariërs en andere waterbeheerders meer kennis over genoemde effecten van het schoningsregime te vergaren. In het onderzoek is een tachtigtal sloten, onderverdeeld in leeftijdsklassen van het oude riet (dat wil zeggen naar de periode waarin de sloot niet geschoond is), twee jaar gemonitord op broedvogels. Het onderzoek is bekostigd uit een prijs van 10.000 euro die Wierde & Dijk heeft gewonnen in een prijsvraag uitgeschreven door de coalitie Boerenland Vogelland. Het onderzoek is eind 2008 afgesloten. De resultaten zullen een grote rol spelen in de advisering van agrariërs hoe het natuurvriendelijk onderhoud van sloten uit te voeren.
Het onderzoek leverde ook een betrouwbare schatting op van de broedvogelpopulatie. In sloten (5000 km) en (bredere) watergangen (630 km) in Noord- Groningen (40.000 ha) broeden 27.000 respectievelijk 8.000 broedparen vogels. Van de rietzanger zijn dat er 3000, van de kleine karekiet 9000, de rietgors 5400 en van de blauwborst 4000.
Landelijk gezien zijn de rietsloten in het werkgebied van Wierde & Dijk voor een aantal rietvogels van grote betekenis. In het gebied ter grootte van 1% van Nederland broedt 18% van de landelijke blauwborst-populatie, 11% van de bruine kiekendieven, 7% van de rietzangers, ook 7% van de rietgorzen en 4% van de kleine karekieten. De betekenis van het gebied zou nog verder kunnen toenemen door een groter aandeel van het aantal sloten met oud riet. Berekend is dat een toename van binnensloten met oud riet (nu 57%, dan 75%) en van schouwsloten met oud riet (nu 6%, dan 25%) het aantal broedvogels brengt van 27.000 naar 39.000 paar. Vooral rietvogels profiteren hiervan, het aantal watervogels zal iets teruglopen. Voor watergangen die bij het waterschap in beheer zijn geldt iets dergelijks, een verdergaande omschakeling op beheer waarbij nog meer oud riet in de watergangen blijft staan leidt naar verwachting tot een aanmerkelijke stijging van het aantal rietvogels.
Kort-cyclisch slootonderhoud
In 2008 is gestart met een driejarig onderzoek naar het effect op de natuurwaarden van het zeer frequent schonen van sloten met oud riet (maaien om het jaar of om de twee of drie jaar). Dit zogenaamde kort-cyclisch slootonderhoud van natuurvriendelijk beheerde sloten is mogelijk zeer aantrekkelijk voor agrariërs die in schouwsloten oud riet willen laten staan. Voor dit onderzoek is via Vogelbescherming Nederland van het Bettie Wiegmanfonds een subsidie van 15.000 euro ontvangen. De eerste onderzoeksresultaten indiceren - verrassenderwijs - dat kort-cyclisch slootbeheer ook tot heel goede natuurwaarden kan leiden.
Watergangen van waterschap Noorderzijlvest
In opdracht van het Waterschap Noorderzijlvest is in 2008 een onderzoek uitgevoerd naar het effect van het nieuwe, natuurvriendelijk watergangenbeheer van Noorderzijlvest. In een deel van de watergangen (157 km van de 630 km op het Hogeland) die jaarlijks geschoond worden is een nieuw alternerend beheer geïntroduceerd. Elk jaar wordt een kant geschoond, en blijft aan de overzijde oud riet staan, het volgend jaar wordt gewisseld. Zo is elk jaar in het broedseizoen oud riet in de watergang aanwezig. Het effect op de natuurwaarden blijkt groot, het aantal broedparen riet- en watervogels ligt bij dit alternerend beheer 47% hoger dan bij het klassieke beheer (elk jaar geheel schonen van oud riet). De vogel die kwantitatief het meest van dit nieuwe beheer profiteerde was de kleine karekiet, die een voorkeur heeft voor oud riet dat in het water staat. Het onderzoek, dat de komende jaren wordt voortgezet, onderstreepte nog eens de (mogelijk) omvangrijke effecten van echte systeemwijzigingen in het beheer. In de grotere watergangen, zoals de maren, is in 2008 ook een aantal ijsvogels in het broedseizoen aangetroffen, alsmede een nest van de grote karekiet.
Rapporten over het project Kaantjes en Raandjes
In het kader van de pilot zijn in de periode 2006-2007 enige rapporten verschenen .
- Hoff, J. van 't. 2006. Riet in de sloot. Onderzoek naar de kenmerken van sloten en watergangen op het Hogeland en de relatie met broedvogels. Downloaden
- Hoff, J van 't. 2008. Riet en rietvogels in kleisloten, eindrapportage, 2008 Downloaden
- Hoff, J. van 't. 2008. Effect van rietbeheer op broedvogels van maren, tochten, vaarten en diepen op 't Hogeland. Downloaden
- Hoff, J. van 't, 2009 Het effect van frequent rietmaaien op broedvogels in sloten. Interim-rapportage over het eerste onderzoeksjaar 2008. Downloaden
















