Kleipad met overjarig riet - foto Jan van 't Hoff

Rietsloten op het Hogeland – Kaantjes en Raandjes

Kaantjes en Raandjes is begonnen als pilotproject van Wierde & Dijk ter bevordering van het natuurvriendelijk slootbeheer door agrariërs. In het project liet een veertigtal agrariërs zoveel mogelijk oud riet in sloten staan, wat een goed leefmilieu oplevert voor onder meer rietvogels, insecten, kleine zoogdieren en amfibieën. Voor wat betreft vogels gaat het dan om de kleine karekiet, rietzanger, rietgors en blauwborst. Het project heeft een aantoonbaar fors effect. Dichtheden nemen sterk toe, de rietzanger en blauwborst zijn wat betreft hun voorkomen in onze regio geheel afhankelijk van oud riet in sloten. In mindere mate geldt dat ook voor de rietgors. Inmiddels is het project in omvang toegenomen. Er is draagvlak voor, hetgeen ook blijkt uit de al langere tijd in zwang zijnde gewoonte om in binnensloten oud riet te laten staan. Mede door meerjarig onderzoek wordt gewerkt aan een verandering in het slootonderhoud, passend bij de agrarische bedrijfsvoering en goed voor natuur, milieu en landschap.

Na voorbereidende studies (Oosterveld (2004) en Oosterveld en Dolstra (2004) is in 2004 gestart met de uitvoering van het pilotproject met zo'n veertig agrariërs met ruim 60 km aan sloten en watergangen met oud riet. Het zijn binnensloten, maar voor een deel ook schouwsloten waarvoor het waterschap Noorderzijlvest onder voorwaarden ontheffing van de keur verleent. De agrariërs ontvangen geen subsidie voor deelname. In de provincie en daarbuiten is veel belangstelling voor deze vorm van agrarisch natuurbeheer.

Rietvogels

In de periode 2006-2008 heeft het accent  gelegen op uitbouw van de pilot, op werving en voorlichting en op kennisverwerving. Hoofdactiviteit betrof het uitvoeren van onderzoek naar het voorkomen en het biotoop van rietvogels in het Groninger cultuurlandschap. Er is al veel bekend over de vier rietvogels die in de agrarische sloten van Noord-Groningen volop voorkomen, echter onderzoek specifiek gerelateerd aan dit biotoop is relatief schaars. In 2009 is de voorbereiding ter hand genomen van een groot onderzoek naar de mogelijke positieve effecten op het milieu (nitraatbestrijding) van sloten met oud riet.

Enthousiast

In 2006 is het project geëvalueerd, waartoe met de deelnemende agrariïrs gesprekken zijn gevoerd. Het uitgevoerde beheer is in kaart gebracht. Men is enthousiast over het project. Het heeft nauwelijks of geen meerkosten en de inpasbaarheid in de bedrijfsvoering blijkt groot. De meeste deelnemers kunnen het aantal sloten met natuurvriendelijk beheer niet uitbreiden, men zit ‘vol’. Vrij veel deelnemers maken melding van de voordelen van riet voor de stabiliteit van de sloot en de wering van andere vegetatie die de afvoer echt belemmert. Geconcludeerd kan worden dat er draagvlak is voor een behoorlijke uitbreiding van het aantal sloten met oud riet, het voorkomen van smalle stroken met oud riet in binnensloten vormt daar ook een indicatie van.

Monitor

Jan van ’t Hoff heeft in 2006 een monitoring uitgevoerd van riet- en watervogels die broeden in sloten en watergangen in het werkgebied van Wierde & Dijk. Daarbij zijn ook gegevens verzameld over bepaalde kenmerken van sloten en watergangen. Er is een eerste schatting gemaakt van het aantal broedparen riet- en watervogels in het werkgebied van Wierde & Dijk. De dichtheid aan broedende rietvogels blijkt zeer sterk bepaald te worden door de aanwezigheid van oud riet in sloten en watergangen. Het dichtheidsverschil aan broedparen in sloten met alleen jong riet en met oud riet verschilt met een factor 4. Het aantal binnensloten en schouwsloten met overjarig riet over - bij voorkeur de volle breedte van de sloot - kan nog aanmerkelijk vergroot worden. Thans is in 25% van de sloten (enig) overjarig riet aanwezig, in de bredere watergangen is dat slechts 7 %. Veel van het oude riet in sloten en watergangen heeft maar een geringe breedte. Grotere breedtes zullen tot nog betere natuurwaarden leiden. Het rapport ‘Riet in de sloot’ maakt duidelijk dat een grote natuurwinst te behalen valt met het opschalen van het natuurvriendelijke slootbeheer.

Oud riet

De aanwezigheid en spreiding van het voorkomen van oud riet in sloten is in 2006 in het hele gebied geïinventariseerd. De gegevens komen overeen met de hierboven vermelde steekproefsgewijze inventarisatie en bieden wat meer detailinzicht in de spreiding van oud riet in het gebied. Naar blijkt, komt oud riet in sloten en watergangen meer in het westen dan in het oosten van het gebied voor. Dat wordt toegeschreven aan onder meer de vorm van de sloot (taluds), de bodemgesteldheid, de perceelsgrootte of sterk verspreide ligging van percelen (van invloed op het aantal binnensloten), bedrijfstype en (streekgebonden) opvattingen over wat een ordentelijke bedrijfsvoering is.

Meerjarig onderzoek

Met medewerking van drie ervaren vrijwilligers is Jan van ’t Hoff in 2007 begonnen met een meerjarig onderzoek naar het effect van de frequentie en wijze van schonen van sloten met oud riet op de natuurwaarden. Dat effect is nu nog niet voldoende duidelijk. Sommige sloten met oud riet worden nooit geschoond, andere sloten met oud riet eens per bijvoorbeeld 4 jaar. Het is van groot belang voor een juiste advisering van agrariërs en andere waterbeheerders meer kennis over genoemde effecten van het schoningsregime te vergaren. In het onderzoek is een tachtigtal sloten, onderverdeeld in leeftijdsklassen van het oude riet (dat wil zeggen naar de periode waarin de sloot niet geschoond is), twee jaar gemonitord op broedvogels. Het onderzoek is bekostigd uit een prijs van 10.000 euro die Wierde & Dijk heeft gewonnen in een prijsvraag uitgeschreven door de coalitie Boerenland Vogelland. Het onderzoek is eind 2008 afgesloten. De resultaten zullen een grote rol spelen in de advisering van agrariërs hoe het natuurvriendelijk onderhoud van sloten uit te voeren.

Rietvogeldichtheid

Het onderzoek leverde een schat aan gegevens op over het biotoop van de rietvogels, mede in termen van rietvoorkomen (dichtheid, stengellengte, vitaliteit), kenmerken van de sloot (waterpeil, sliblaag et cetera), de broedvogeldichtheid, de optimale biotopen voor de onderscheiden soorten rietvogels en uiteraard de invloed van het schoningsregime (frequentie) op de natuurwaarden. De totale rietvogeldichtheid blijkt het grootst bij sloten met oud riet en een zeer beperkte waterdiepte in het broedseizoen (hetgeen in dit gebied zeer veel voorkomt). De totale rietvogeldichtheid (blauwborst, rietzanger, rietgors en kleine karekiet) neemt tot een rietleeftijd van 15 jaar (dus 15 jaar niet gemaaid) met 30% af. Meer en gedetailleerder onderzoek kan naar soort onderscheiden tot kennis leiden over dit effect; per soort was dit nu niet meetbaar.

Broedvogels

Het onderzoek leverde ook een betrouwbare schatting op van de broedvogelpopulatie. In sloten (5000km) en (bredere) watergangen (630km) in Noord- Groningen (40.000 ha.) broeden 27.000 respectievelijk 8.000 broedparen vogels. Van de rietzanger zijn dat er 3000, van de kleine karekiet 9000, de rietgors 5400 en van de blauwborst 4000.

Landelijk gezien zijn de rietsloten in het werkgebied van Wierde & Dijk voor een aantal rietvogels van grote betekenis. In het gebied ter grootte van 1% van Nederland broedt 18% van de landelijke blauwborst-populatie, 11% van de bruine kiekendieven, 7% van de rietzangers, ook 7% van de rietgorzen en 4% van de kleine karekieten. De betekenis van het gebied zou nog verder kunnen toenemen door een groter aandeel van het aantal sloten met oud riet. Berekend is dat een toename van binnensloten met oud riet (nu 57%, dan 75%) en van schouwsloten met oud riet (nu 6%, dan 25%) het aantal broedvogels brengt van 27.000 naar 39.000 paar. Vooral rietvogels profiteren hiervan, het aantal watervogels zal iets teruglopen. Voor watergangen die bij het waterschap in beheer zijn geldt iets dergelijks, een verdergaande omschakeling op beheer waarbij nog meer oud riet in de watergangen blijft staan leidt naar verwachting tot een aanmerkelijke stijging van het aantal rietvogels.

Kort-cyclisch slootonderhoud

In 2008 is gestart met een driejarig onderzoek naar het effect op de natuurwaarden van het zeer frequent schonen van sloten met oud riet (maaien om het jaar of om de twee of drie jaar). Dit zogenaamde kort-cyclisch slootonderhoud van natuurvriendelijk beheerde sloten is mogelijk zeer aantrekkelijk voor agrariërs die in schouwsloten oud riet willen laten staan. Voor dit onderzoek is via Vogelbescherming Nederland van het Bettie Wiegmanfonds een subsidie van 15.000 euro ontvangen. De eerste onderzoeksresultaten indiceren - verrassenderwijs - dat kort-cyclisch slootbeheer ook tot heel goede natuurwaarden kan leiden.

Waterschap Noorderzijlvest

In opdracht van het Waterschap Noorderzijlvest is in 2008 een onderzoek uitgevoerd naar het effect van het nieuwe, natuurvriendelijk watergangenbeheer van Noorderzijlvest. In een deel van de watergangen (157km van de 630km op het Hogeland) die jaarlijks geschoond worden is een nieuw alternerend beheer geíntroduceerd. Elk jaar wordt een kant geschoond, en blijft aan de overzijde oud riet staan, het volgend jaar wordt gewisseld. Zo is elk jaar in het broedseizoen oud riet in de watergang aanwezig. Het effect op de natuurwaarden blijkt groot, het aantal broedparen riet- en watervogels ligt bij dit alternerend beheer 47% hoger dan bij het klassieke beheer (elk jaar geheel schonen van oud riet). De vogel die kwantitatief het meest van dit nieuwe beheer profiteerde was de kleine karekiet, die een voorkeur heeft voor oud riet dat in het water staat. Het onderzoek, dat de komende jaren wordt voortgezet, onderstreepte nog eens de (mogelijk) omvangrijke effecten van echte systeemwijzigingen in het beheer. In de grotere watergangen, zoals de maren, zijn in 2008 ook een aantal ijsvogels in het broedseizoen aangetroffen, alsmede een nest van de grote karekiet.

2009-2013

In de komende jaren zal met behulp van verschillende subsidies, waaronder een ILG-subsidie, de werving worden opgeschaald en de voorlichting geïntensiveerd. Onderzoek dat verband houdt met beheersadviezen wordt voortgezet. Met het waterschap Noorderzijlvest wordt samengewerkt in een onderzoek naar de beste onderhoudsmodellen voor oud riet in schouwsloten, hetgeen tot een verandering in het jaarlijkse schoningsregime kan leiden. In dat kader wordt ook gekeken naar de effecten voor de afvoer ingeval in schouwsloten oud riet staat. Leidend bij dit alles is de inpasbaarheid in de agrarische bedrijfsvoering en een vergroting van de natuurwaarden. Met de WUR (PPO en ALTERRA) en Noorderzijlvest start in 2009 waarschijnlijk een meerjarig onderzoek naar de mate waarin sloten met oud riet een bijdrage kunnen leveren aan het terugdringen van de nitraatbelasting (KRW). Het voorstel is gemaakt door PPO en ALTERRA in nauwe samenwerking met Wierde & Dijk en het waterschap Noorderzijlvest. Het wordt bekostigd uit rijkssubsidies en subsidies van het waterschap en de provincie Groningen. Op termijn kan zo een belangrijk waterkwaliteitsprobleem mogelijk worden opgelost -  in feite in de haarvaten van het watergangenstelsel  - en met een forse natuurwinst.



Ontheffing keur schouwsloten
Onderzoeksrapporten
Doe mee
Meer informatie
Nieuwsbrief

Ontheffing keur schouwsloten

Als u riet wilt laten staan in schouwsloten heeft u toestemming van het waterschap, uw buurman en eventueel achterliggende eigenaren of gebruikers nodig. Het waterschap verleent dan in de meeste gevallen zijn medewerking. Een formulier om deze ontheffing van de keur aan te vragen kan hier als word-document worden geopend. 

Doe mee

Wierde & Dijk stimuleert dat meer agrariërs het slootschonen (deels) overslaan. Door mee te doen draagt men bij aan de natuurwaarden en de schoonheid van het Groninger land. Het levert tijd en geld op door besparingen op het slootonderhoud.
Voor agrariërs, maar ook voor andere geïnteresseerden  organiseren we excursies en informatiebijeenkomsten.

Meer informatie

Contactpersoon is Joke Hellenberg-Boerma, joke@wierde-en-dijk.nl, tel.0595-431766

Rapporten over het project Kaantjes en Raandjes

In het kader van de pilot zijn in de periode 2006-2007 enige rapporten verschenen .
- Hoff, J. van ‘t. 2006. Riet in de sloot. Onderzoek naar de kenmerken van sloten en watergangen op het Hogeland en de relatie met broedvogels. Downloaden
- Hoff, J van ‘t. 2008. Riet en rietvogels in kleisloten, eindrapportage, 2008 Downloaden
- Hoff, J. van ‘t. 2008. Effect van rietbeheer op broedvogels van maren, tochten, vaarten en diepen op ’t Hogeland. Downloaden
- Hoff, J. van ‘t, 2009 Het effect van frequent rietmaaien op broedvogels in sloten. Interim-rapportage over het eerste onderzoeksjaar 2008. Downloaden

Nieuwsbrief-special

De Nieuwsbrief-special over het project K&R is als PDF te downloaden