duorand
duorand - foto's: Albert Visser

Bescherming akkervogels in Noord-Groningen

In de nota 'Meer Gruin in Grunn' geeft de provincie aan extra aandacht te willen geven aan de bescherming van akkervogels. Wierde & Dijk heeft in dit kader in samenwerking met de provincie in 2005 het pilot-project Akkervogels opgestart: de Duorand en het Leeuwerikvlak. Het project is in het voorjaar van 2005 gestart en liep drie jaar. Er waren dertien deelnemers met samen 20 ha duoranden en 32 ha met leeuwerikvelden.

De duorand

De 'duorand' lijkt in veel opzichten op een gewone faunarand. De rand biedt nest-, foerageer- en schuilmogelijkheden aan akkervogels. De rand is negen tot twaalf meter breed en is ingezaaid met een mengsel van inheemse grassen en kruiden. De duorand bestaat uit twee stroken: een korte en een ruige strook. De korte strook mag worden gemaaid, waardoor de onkruiddruk vanuit de sloot in toom wordt gehouden. Naast de korte ligt een ruige strook. Een deel hiervan wordt slechts een maal gemaaid, halverwege augustus. De broedtijd is dan geweest en hergroei van het gras en de kruiden kan voor de winter plaatsvinden.

Leeuwerikvlakken

Veldleeuweriken kunnen moeilijk op percelen met dichte gewassen foerageren. Door in een perceel met winter- of zomergraan een aantal vlakken niet te betelen, ontstaan extra foerageermogelijkheden voor leeuweriken en andere akkervogels. De vlakken bieden ookbroedgelegenheid. Ze ontstaan eenvoudig door plaatselijk niet in te zaaien. De vlakken, twee per hectare, dienen minimaal 20 m2 groot te zijn en moeten op minstens 24m afstand van de perceelrand komen te liggen. Bemesting en onkruidbestrijding kan normaal plaatsvinden.

Monitoring

De monitoring, het tellen van de vogels om het natuurresultaat vast te stellen, is binnen dit project van groot belang. In 2005 heeft een eerste inventarisatie plaatsgevonden. In de jaren 2006, 2007 en 2008 vond grootschaliger onderzoek plaats. Vogelbescherming Nederland ondersteunt deze monitoring.

Stand van Zaken

Het Akkervogel-project was een pilot die liep tot het najaar van 2008. Wierde & Dijk heeft begin 2008, samen met de provincie Groningen een vervolg uitgewerkt: het project Trioranden. Dit project is begin 2008 opgestart.

 


leeuwerikvlak

Effect duorand op voorkomen veldleeuwerik bevestigd

In 2007 verscheen de tussenrapportage naar het effect van duoranden op broedvogels. Evenals in 2006 is een sterke samenhang aangetoond tussen de dichtheid aan veldleeuweriken en de oppervlakte (en lengte) van duoranden per km2. Werd in dat jaar al duidelijk dat de dichtheid aan veldleeuweriken in kernplots met duoranden hoger is dan in de controleplots (dat zijn de gebieden waar geen duoranden liggen), in 2007 bleek dit verschil niet alleen groter geworden, maar ook significant.

In de gebieden zonder duoranden bleek een afname van de dichtheid veldleeuweriken, in de gebieden met duoranden een stabilisatie. Een geweldig resultaat! Het gemiddelde van 6 paar veldleeuweriken per 100ha in de gebieden met duoranden is 3 maal hoger dan in gebieden zonder dit type akkerranden.

Een grote verrassing was de sterke toename van het aantal broedparen van de grauwe kiekendief op het Hogeland. Broedde er in 2006 voor het eerste een paar in de buurt van Pieterburen, in 2007 was dit aantal al gestegen tot 5. Alle paren broedden in de buurt van Pieterburen. Sinds de vestiging van de grauwe kiekendief in het Oldambt in de beginjaren 90 is kolonisatie van een nieuw broedgebied niet meer voorgekomen. Hoewel een direct relatie met de dichtheid aan akkerranden (duoranden en faunaranden) moeilijk is aan te tonen, is de ligging van de nesten in de nabijheid van een groot akkervogelkerngebied en de kwelders van de noordkust opmerkelijk. Onderzoeksrapport 2007

Onderzoeksrpport 2006

Grauwe kiekendief in Noord-Groningen

In 2006 heeft voor het eerst een paartje grauwe kiekendief gebroed in Noord-Groningen. Het nest met drie jongen lag in een tarweveld in een van de noordelijke kustpolders. De grauwe kiekendief staat op de rode lijst van bedreigde vogelsoorten. De vogel broedt in Nederland en overwintert in Afrika. Na jaren van achteruitgang verscheen deze roofvogel in het begin van de jaren 90 weer in het Oldambt. Van daaruit lijkt de vogel nu de overstap te maken andere gebieden in Noord-Nederland. De aanleg van akker/faunaranden en duoranden is waarschijnlijk debet aan de komst naar ons gebied, doordat muizen, het hoofdvoedsel van de grauwe kiekendief, er schuilmogelijkheden vinden. In 2007 waren er vijf broedparen, in 2008 zeker acht. Meer informatie over deze bijzondere roofvogel op www.grauwekiekendief.nl

Twee nieuwe muizensoorten in Noord-Groningen ontdekt

In een partij kerkuil braakballen bij de heer Van Tilburg in Hornhuizen zijn dit voorjaar twee – voor Noord-Groningen – nieuwe muizensoorten ontdekt. Het gaat om de dwergspitsmuis en aardmuis. Eerder is de waterspitsmuis in braakballen bij dezelfde boerderij teruggevonden.

In het polderland leeft de dwergspitsmuis vooral in hoge en dichte vegetaties van moerassige terreinen en in rietstroken langs plassen. Mogelijk dat de dwergspitsmuis in Hornhuizen rond de kolken voorkomt. Uit de periode 1980-1993 zijn uit Groningen slechts 30 waarnemingen van dwergspitsmuizen bekend, de meeste afkomstig uit het Westerkwartier, Gorecht en Westerwolde.

Aardmuizen zijn vooral te vinden in kleinschalige landschappen of landschapselementen, waarbij ze een voorkeur hebben voor ruig grasland. In Groningen zijn braakbal vondsten en waarnemingen van aardmuizen bekend uit Westerwolde, het Westerkwartier en Midden-Groningen.
Hopelijk kunnen we met gerichter onderzoek aan kerkuil braakballen meer te weten komen over het voorkomen en de verspreiding van muizen op de noordelijke klei.
De recente vondsten zijn gedaan door Jan van ‘t Hoff. De ballen zijn uitgeplozen door Matty Ellens.